dinsdag 14 juli 2015

Van dorpsmeisje naar citygirl (en 10 redenen waarom de stad zo leuk is)



Geïnspireerd door een artikel van Teske wil ik mijn verhaal vertellen over hoe ik als dorpsmeisje terecht ben gekomen in 'de grote stad' Utrecht. Met als bonus 10 redenen waarom in de stad wonen zo leuk is.

De eerste 20 jaar van mijn leven het ik doorgebracht op het platteland van Brabant. Tot mijn 14e woonde ik ook echt tussen de weilanden en de koeien. Het dorpje waar ik geboren ben, telde niet meer dan 3000 inwoners en ik moest eerst 1,5 km fietsen voor ik in het dorp was. Als ik met kinderen van school wilde spelen moesten zij óf dat takke-eind naar mij fietsen (maar konden we wel hutten bouwen in onze tuin) óf ging ik na school langs bij vriendinnetjes (en werd mijn onschuldige ik overgehaald om belletje te lellen of een vuurtje te stoken achterin een steegje).

Toen ik naar de middelbare school ging, moest ik de eerste twee jaar 5 km fietsen. Op mijn 14e verhuisde ik naar het buurdorp, waardoor ik 10 km moest fietsen naar school. Wat heb ik die weilanden vervloekt! Door weer en wind fietsen in je lelijke regenpak.. alles behalve leuk.

Het was voor mij al een hele andere ervaring om op mijn 14e ineens IN het dorp te wonen in een rijtjeshuis. Dat was al zo anders dan een vrijstaand huis in de polder. Omdat wij uit 'het andere dorp' kwamen, werden we echter in zo'n klein dorpje al gezien als export en mengden we niet echt met de buurt.

Toen ik 19 was ging ik samenwonen met mijn toenmalige vriend in weer een ander dorpje in Brabant. Toen de relatie na een tijdje over ging, ben ik uiteindelijk op mijn 20e in Utrecht gaan wonen. Nu, negen jaar later, zit ik daar nog! Toen ik 18 was, ging ik studeren in Utrecht en daardoor was ik al wel bekend met de stad. Ik kende het uitgaansleven al, had vrienden gemaakt die hier woonden en als opstart kon ik tijdelijk terecht in een kamer van een vriendin die voor een half jaar in Canada ging studeren. 
Maar na 6 maanden moest ik toch echt mijn eigen plekje vinden.

Veertien hospiteeravonden en tientallen kilometers fietsen later, kende ik de stad bijna op mijn duimpje. Maar ik had nog steeds geen kamer. Wat een ellende! Gelukkig kwam daar net op tijd een bericht van de huisbaas, dat hij een nieuw huis zou kopen, waar ik een kamer mocht betrekken. Eindelijk, echt mijn eigen plekje!

Ik woonde met 4 huisgenoten, 1 meisje en 3 jongens (ja het waren nog echt jongens). Het was een super leuke tijd waarin ik de stad nog beter heb leren kennen. Omdat ik na een paar jaar mijn huidige vriend ontmoette, ben ik later met hem gaan samenwonen. Eerst samen met een vriend van hem in een huis, maar nu inmiddels al weer bijna 4 jaar met zijn tweetjes in een koophuis in een van de leukste wijken van Utrecht. Dat ik hier een huis heb gekocht, zegt misschien al wel genoeg: ik wil hier niet meer weg!

Ondanks dat ik het grootste gedeelte van mijn leven in een dorp heb gewoond, voel ik me ook echt heel erg thuis in de stad. Het scheelt dat Utrecht soms aanvoelt als een groot dorp en ik het qua sfeer nog het meest vind lijken op Brabant, in vergelijking met andere steden in de randstad. In mijn hart blijf ik namelijk altijd een Brabander. Ik voel me goed wanneer ik dat taaltje hoor en ik veer altijd even op als ik in Utrecht iets van een Brabants accent ontwaar. Het gemoedelijke, gezellige en de vriendelijke houding is iets waar ik erg van hou. Toch blijf ik lekker in Utrecht mijn stadsie wonen. 
En wel om de volgende redenen:

1. Je kunt in vijf minuten in de stad zijn om met een vriendin af te spreken, buitenshuis.
2. De ontelbare horecagelegenheden die ik állemaal wil uitproberen! Koffie, lunch, diner, borrel, ik hou ervan!
3. Er zijn 7(!) bioscopen. Welke film er ook uit wordt gebracht, blockbuster of arthouse, je kunt het zien.
4. Culturele activiteiten zijn bijna onmogelijk om te ontwijken: festivals op de Neude, muziek in het park, theaters, poppodia, musea, noem het maar op en het is er.
5. Er zijn zoveel nieuwe en originele initiatieven, er is heel veel in ontwikkeling. Of het nou gaat om faire trade markten, netwerkbijeenkomsten of het opzetten van je eigen ding: alles is mogelijk.
6. Noem een hobby, cursus of opleiding en je kunt hiervoor in de stad terecht. En er zijn méér mensen die hetzelfde willen doen. Bij mij is dit (zoals jullie al eerder hebben kunnen lezen) uitgemond in de verslaving salsa. Maar van alles is er wel een community en vindt je gelijkgestemden. Ook voor een cursus in wonderen kan ik in Utrecht terecht.
7. De stad leeft! Waar je ook gaat, je bent niet alleen. Het bruist. Er zijn veel jonge, actieve mensen die er van houden om op ontdekking te gaan en elkaar te ontmoeten in een omgeving waar je energie van krijgt. En ik reken me (nog) graag tot die groep.
8. Ook in de stad is groen. Vroeger wist ik niet hoe tof parken kunnen zijn. Ja je hebt op het platteland groen a.k.a. weilanden. Maar in welke mate waardeer je dat als je er altijd tussen zit? Ik geniet er extra van als ik een keer ga fietsen naar Amelisweerd of naar een bos ga in de omgeving, of hardloop langs het kanaal. En de parken ademen sfeer.
9. Het. Openbaar. Vervoer. Nough said.
10. Je kan doen wat je wilt, en niemand kijkt raar op. Je gaat op in de menigte wanneer je dat wilt, kunt in je eentje overal rondlopen, maar bent met een knip van je vingers omringd met mensen waar je om geeft. Best of both worlds.


zondag 12 juli 2015

Dansen



Veel mensen zijn op zoek naar iets wat hen zin geeft in het leven. Iets waar ze gelukkig van worden, hun passie in kwijt kunnen en waarbij ze de beste versie van zichzelf kunnen zijn.
Ik heb dat gevoel met dansen.

Het begon toen ik 6 jaar was, met jazzballet. Ik herinner me nog zo goed dat we in onze balletpakjes 'Rhythm is a dancer' van Snap opvoerden voor de oudjes in het bejaardentehuis van het dorp.
Ook op school grepen mijn vriendinnetjes en ik elke kans om bij een verjaardag van een juf of meester een dansje te bedenken op 'Barbie Girl' van Aqua of een nummer van de Vengaboys.

Later werd het Streetdance, wat ineens heel populair werd. Clips op TMF werden nagedaan en je leerde om net zo stoer te dansen als menig achtergronddanseres in een video van een R&B nummer. Films als 'Save the last dance' en 'Step Up' vond ik fantastisch en ik droom er nog steeds van om in zo'n hippe club in New York te dansen.

De lessen Latin House, Latin Jam en City Jam volgde ik bij Touchée, een dansschool in Utrecht, waar ik begon te dansen in mijn studententijd. Op een cursus paaldansen tussendoor na, ben ik ze meer dan 6 jaar lang trouw gebleven. Want ik voelde me altijd super goed als ik daar met een groep meiden voor de spiegel stond en weer een choreo onder de knie had gekregen.
Van echt op hoog niveau dansen kwam het niet. Ik had er vooral veel plezier in en voelde me in mijn element op de dansvloer. Maar ik wist wel dat ik nooit zo goed zou worden als de meiden uit de selectie en heb het daarom ook nooit geprobeerd. Ik ging 1 a 2 keer per week een uurtje lessen en daar bleef het bij.

Twee jaar geleden, veranderde er iets. Ik ging met een vriendin naar de Maria waar een proefles salsa dansen werd gegeven. Ik had jaren geleden al met mijn vriend een cursus gevolgd, maar we hebben nooit genoeg geoefend om het goed te kunnen en hij vond het toch niet leuk genoeg om verder te gaan. Maar toen ik na deze proefles de dansvloer op werd gevraagd en ik lekker bewoog op de Caribische muziek, wist ik het. Hier wil ik meer van!

Ik heb me samen met die vriendin opgegeven voor een beginnerscursus en hoe cliché het ook klinkt, van het een kwam het ander. Op woensdagavond had ik een uur les en de leraar vroeg ons ook te komen naar de Maria. Hey, daar waren we al bekend! Nu ik wat meer technieken had geleerd, ging dat vrij dansen ineens ook een stuk lekkerder. Ik kocht echte salsahakken en ging vaker naar feestjes, want die bleken ook op andere dagen te zijn. De lessen gingen door en ik bezocht de feestjes steeds vaker. Voor het eerst had ik het gevoel dat ik echt beter werd in iets. Ik gaf mezelf eindelijk de kans om ergens echt goed in te worden. Want langzaamaan werd ik steeds zekerder van mijn dansen, voelde ik me goed op mijn hakken en merkte ik dat ik vaker de vloer op werd gevraagd.

Nu, bijna twee jaar later, ben ik nog lang geen pro. Maar ik mag mezelf wel een keer ergens gevorderd in noemen. Ik dans minimaal 3 keer in de week een hele avond, heb ook andere dansstijlen ontdekt als bachata (stiekem mijn favoriet), kizomba en zouk en ik heb in die twee jaar tijd zoveel nieuwe leuke mensen leren kennen! Nog niet eerder heb ik een hobby gehad waar ik zoveel tijd en energie in stak maar waar ik ook minstens zoveel plezier en energie voor terug krijg! Het voelt echt als een verslaving, iets wat me gemakkelijk afgaat, iets waar ik elke dag wel meer van wil. Gelukkig ben ik niet zo verslavingsgevoelig en ook best nuchter op zijn tijd, waardoor ik ook nog tijd maak voor andere hobby's, mijn vriend, familie en vrienden. Maar het liefst heb ik dat iedereen mee gaat in mijn salsawereld en deze passie met mij kan delen!

Hoe dan ook, ik blijf door dansen! Of het nou is als salsera in de Maria, ik thuis voor de spiegel oefen op de bodyroll of me begeef als wannabe gogo-danseres in een discotheek, ik zal er staan!